Met statussen houd je bij in welke fase een lead zit. Je kunt zelf statussen aanmaken die passen bij jouw proces, met een eigen naam, kleur en gedrag. Hieronder lees je hoe je dat doet en wat elke instelling betekent.
Waar maak je leadstatussen aan?
Ga naar Instellingen → Statussen. Op deze pagina beheer je de statussen voor leads, transacties én formulieren bij elkaar; bij het aanmaken kies je voor welke bron de status geldt. De lijst heeft twee tabbladen: Op maat gemaakte en Systeem.
Goed om te weten: voor leads maak je altijd zelf je statussen aan. Vaste systeemstatussen bestaan alleen voor transacties en formulieren — het tabblad Systeem is voor leads dus leeg.
Een leadstatus aanmaken
- Ga naar Instellingen → Statussen en klik op Toevoegen.
- Vul een Naam in. De ID wordt automatisch gegenereerd en is eenmalig aan te passen.
- Heb je meerdere bronnen? Kies dan bij Gebruik deze status voor de optie leads.
- Optioneel: zet Toon andere statusnaam voor agent aan en vul een Agent label in. Agents zien dan een andere naam dan jij intern gebruikt.
- Voeg eventueel een Omschrijving toe.
- Kies een Type (zie hieronder).
- Stel eventueel een Achtergrond kleur in. Dat is de kleur van het statuslabel in je overzichten.
- Stel de extra opties voor leadstatussen in (zie hieronder).
- Klik op Opslaan.

De statustypes
Voor leads kies je uit drie types:
- Nieuw — voor nieuwe leads of leads die opnieuw belopen worden.
- Standaard — een gewone status die niet op een speciale manier in rapportages wordt getoond.
- Gesloten — de lead wordt gemarkeerd als ‘afgerond’ en hoeft niet meer benaderd te worden.
Extra opties voor leadstatussen
- Lead activiteit — koppel de status aan één of meer activiteiten. Laat je dit leeg, dan is de status beschikbaar bij elke activiteit. Koppel je wel activiteiten, dan kun je de status alleen kiezen bij leads met die activiteit.
- Er is contact geweest met deze lead — geef aan dat deze status betekent dat er contact met de lead is geweest.
- Markeer als verkoopkans — markeer de status als verkoopkans. Deze optie verschijnt zodra je “Er is contact geweest met deze lead” aanzet.
- Agent mag deze status gebruiken om lead te verwerken — bepaalt of agents deze status zelf kunnen kiezen bij het verwerken van een lead. Standaard staat dit aan.
Tip: met de koppeling aan een activiteit houd je je statuslijst overzichtelijk per werkwijze. Een d2d-status hoef je zo niet te zien bij belwerk, en andersom.
Volgorde en verwijderen
De volgorde van je statussen pas je aan door ze in de lijst te verslepen. Een status verwijder je door hem in de lijst aan te vinken en voor verwijderen te kiezen.